Acute internist Jelmer Alsma over marathonlopen, hitte en de medische wereld achter de finish

Voor veel lopers draait de marathon om één ding: de finish. Voor acute internist Jelmer Alsma begint het verhaal juist waar het voor anderen ophoudt: bij de loper die zwalkt, niet goed reageert of ineens instort. Alsma werkt als internist acute geneeskunde in het Erasmus MC en is daarnaast al jaren betrokken bij de medische organisatie van de Marathon Rotterdam. Een dag waarop alles moet kloppen: van medische protocollen en ambulances tot ijswater, triage en scherpe ogen aan de finish. Want waar duizenden lopers vooral dromen van een mooie eindtijd, ziet hij ieder jaar ook de andere kant van de marathon: uitputting, oververhitting en soms een hitteberoerte.

Wat doe je precies rond de marathon?

“Ik ben lid van de medische commissie, of eigenlijk in bredere zin van de Rotterdam Marathon Study Group. Dat is de groep die de acute medische zorg rond grote hardloopevenementen organiseert, zoals de NN Marathon Rotterdam. Maar we houden ons niet alleen bezig met de zorg op de dag zelf. Binnen de groep komen ook onderzoek, voorlichting, samenwerking en kennisdeling samen. We adviseren andere lopen, werken mee aan richtlijnen en stemmen veel af met partners zoals GHOR, ziekenhuizen en het Rode Kruis. Ook wetenschappelijk onderzoek hoort daarbij: er loopt al een promotietraject op dit onderwerp en er wordt gewerkt aan een tweede. De kennis die dat oplevert, delen we ook weer met andere organisaties en verwerken we in richtlijnen voor evenementenzorg.

Daar gaat maanden voorbereiding aan vooraf. We maken protocollen en draaiboeken, regelen de logistiek en zorgen dat alle hulpverleners goed zijn voorbereid. Op de dag van de marathon zelf zie je daarvan het resultaat terug in de hele medische organisatie langs het parcours en bij de finish.

Terwijl lopers vooral bezig zijn met hun eindtijd en de finish op de Coolsingel, kijken artsen naar heel andere dingen. Hoe loopt iemand? Reageert iemand nog goed als je hem aanspreekt? Gaat iemand zwalken, stilstaan of verward ogen? Dat zijn voor ons belangrijke signalen. Op de finish spreken we lopers bewust aan. Reageert iemand normaal op een ‘gefeliciteerd’, dan is dat vaak een goed teken. Maar als iemand niet goed antwoordt of verward oogt, dan gaat diegene meteen door naar de medische post.”

Dat klinkt als een flinke operatie. Hoe groot is die medische organisatie eigenlijk?

“Groot. Heel groot. Langs het parcours staan posten van het Rode Kruis, bike teams, extra ambulances en meerdere medische posten. Op piekmomenten heb je echt een soort veldhospitaal draaien. Dan staan er dertig tot veertig bedden in een tent en werk je in koppels van artsen en verpleegkundigen. Het is echt topsport achter de schermen.Tijdens de marathoneditie van 2025 waren er 140 zorgverleners verspreid over vier medische posten.” Dat is nodig ook.

 

Hoe vaak is die zorg ook echt nodig?

“Meer dan veel mensen denken. Ongeveer 0,7 tot 1 procent van de starters heeft uiteindelijk medische zorg nodig. Dan heb je het dus niet over een schaafwondje of een blaar, maar over mensen die echt medische beoordeling of behandeling nodig hebben.

Een belangrijk deel daarvan bestaat uit hitteproblemen. Dat klinkt misschien opvallend, zeker als het op papier geen tropische dag is. Maar voor hardlopers ligt dat anders. De eerste warme dagen van het jaar kunnen juist verraderlijk zijn, omdat veel deelnemers daar nog niet aan gewend zijn. Het lichaam heeft tijd nodig om aan warmte te acclimatiseren.

Het gaat niet alleen om temperatuur”, legt hij uit. Ook zon, luchtvochtigheid, wind en de inspanning zelf spelen een rol. Wie langdurig hardloopt, produceert enorme hoeveelheden warmte. En als die warmte niet goed kwijt kan, stijgt de lichaamstemperatuur snel. Dan kunnen klachten ontstaan die aanvankelijk nog onschuldig lijken, misselijkheid, hoofdpijn, zwalken, braken, uitputting, maar die ook kunnen overgaan in een hitteberoerte. Dat is een medisch spoedgeval.”

 

Wat gebeurt er eigenlijk in het lichaam als het misgaat?

“Tijdens een marathon verandert het lichaam eigenlijk in een soort straalkachel: ongeveer 80 procent van de energie die je verbruikt, wordt omgezet in warmte. Zolang je die warmte kwijt kunt via zweten en afkoeling via de huid, gaat het goed. Maar als dat mechanisme tekortschiet, stijgt de lichaamstemperatuur snel. Boven de 40 graden wordt het gevaarlijk. Kom je boven de 42 graden, dan kunnen eiwitten in onder meer de hersenen beschadigd raken. Die eiwitten zijn essentieel voor het functioneren van cellen. Als ze kapotgaan, kan iemand verward raken, buiten bewustzijn raken of blijvende schade oplopen. Daarom is een hitteberoerte zo’n ernstig spoedgeval.”

Hoe herken je zo’n hitteberoerte?

“Dat is dus precies het gemene: niet altijd zoals je verwacht. Mensen denken aan iemand die rood, gloeiend en zwetend is. Maar iemand kan ook juist koud en klam aanvoelen doordat hij veel vocht verloren heeft en het lichaam prioriteit geeft aan de bloedsomloop. Precies dát maakt het beeld verraderlijk.

Iedereen met een veranderd bewustzijn langs het parcours heeft een hitteberoerte, tot het tegendeel bewezen is. zegt Jelmer.

Die alertheid is nodig, omdat snelheid van handelen het verschil kan maken. Hitteberoerte is volgens hem goed behandelbaar, mits je er snel bij bent. Koelen is dan cruciaal. In de medische posten gebeurt dat onder meer met handdoeken die in ijswater zijn gedrenkt.

Dus het publiek kan echt iets betekenen?

“Absoluut. Mensen denken vaak: ik sta hier alleen maar aan te moedigen. Maar als jij ziet dat iemand zwalkt, of niet reageert, dan kun je enorm helpen door alert te zijn, iemand naar de schaduw te brengen, te koelen en via 112 hulp te bellen . Publiek kan echt verschil maken.” Het belangrijkste is het herkennen en niet denken dat iemand “alleen maar moe” is.

Welke lopers lopen extra risico?

“De onervaren loper. De jongere loper vaak ook. En mensen die te weinig naar hun lichaam luisteren. Mijn indruk is dat prestatiedrang daar een grote rol in speelt. Mensen hebben een eindtijd in hun hoofd, of willen hun Strava netjes afmaken, en passen hun doel niet aan als de omstandigheden anders zijn.”

De groei van hardloopevenementen betekent dat er meer minder-getrainde of ongetrainde hardlopers meedoen, waardoor de kans op oververhitting, uitputting en blessures toeneemt.

Dus fit zijn is niet hetzelfde als goed voorbereid zijn?

“Precies. Veel mensen zijn best fit genoeg om een marathon te lopen, maar niet fit genoeg voor de tijd die ze willen lopen. Of ze zijn niet goed hersteld, hebben slecht geslapen, zijn ziek geweest, hadden diarree of lopen op wilskracht terwijl hun lichaam al iets anders zegt. Dan wordt het gevaarlijk.”

Wat moeten lopers vooral níét doen?

“Niet star vasthouden aan een eindtijd die onder andere omstandigheden misschien haalbaar was. Niet te warm gekleed starten. Niet experimenteren met voeding of drinken op de wedstrijddag. En vooral: niet doorgaan terwijl je lichaam duidelijk zegt dat het niet meer gaat.”

Daarom is zijn belangrijkste advies verrassend eenvoudig: kies een realistische eindtijd en luister onderweg naar je lichaam. Niet vasthouden aan een schema dat past bij een koele trainingsdag, maar aanpassen aan de omstandigheden van dat moment. Dat betekent ook: niet te warm gekleed starten, goed voorbereid aan de start verschijnen, weten wat je drinkplan is en alleen voeding gebruiken waar je tijdens trainingen al ervaring mee hebt.

Jullie behandelen niet alleen, maar doen ook onderzoek. Waarom is dat zo belangrijk?

“Omdat je deze zorg alleen echt beter maakt als je systematisch kijkt wat er gebeurt. Welke problemen zien we? Waar ontstaan knelpunten? Wat werkt goed in de logistiek, triage en behandeling? Daarom verzamelen en analyseren we gegevens en proberen we die kennis ook terug te geven aan de praktijk.” De RMSG omschrijft wetenschappelijk onderzoek als een expliciete kerntaak: data-analyse, evaluaties en samenwerking met kennisinstellingen moeten leiden tot betere richtlijnen en betere evenementenzorg. Resultaten worden gedeeld via publicaties, congressen en kennisplatforms. Dat is ook terug te zien in publicaties zoals het NTVG-artikel over prehospitale zorg bij de Rotterdam Marathon.

Die kennis blijft dus niet in Rotterdam?

“Nee, juist niet. Andere lopen komen kijken hoe wij het doen. We delen protocollen, ervaringen en onderzoeksuitkomsten. Daar leer je allemaal van.” De RMSG heeft ook een adviserende rol richting andere evenementen en levert bijdragen aan landelijke kaders zoals de Veldnorm Evenementenzorg. Daarnaast organiseert de groep jaarlijks het Rotterdam Marathon Sportmedisch Congres om kennis over sportzorg en evenementenzorg te delen. (NN Marathon Rotterdam)

Waar ben je stiekem het meest trots op?

“Dat we die hele keten zo goed mogelijk op orde hebben. Van een vrijwilliger langs het parcours tot een arts in de tent: iedereen moet weten wat hij ziet en wat hij moet doen. En dat lukt alleen als je het samen doet.”

En je belangrijkste boodschap aan lopers?

“Wij zijn er klaar voor. Maar het is nog handiger dat je ons niet nodig hebt. Luister naar je lichaam, pas je verwachtingen aan en kies voor finishen in plaats van forceren. Finishen is echt mooier dan niet finishen omdat je per se een snelle tijd wilde lopen.”

Medische marathon in cijfers

  • 9 organisatoren in de medische commissie, onder wie 3 artsen
  • elke 2,5 km Rode Kruis-koppels langs het parcours
  • 10 tot 12 extra ambulances + 3 kleine medische voertuigen
  • in totaal 15 extra ambulance-eenheden
  • 4 medische posten
  • 150 tot 160 medische vrijwilligers
  • circa 50 artsen
  • 30 tot 40 verpleegkundigen
  • 30 tot 40 bedden per medische tent
  • 12 mensen in het finishteam
  • 1.400 kilo ijs voor koeling
  • 0,7 tot 1 procent van de starters heeft medische zorg nodig
  • 77 hitteberoertes in 2024

 

Dit bericht op Instagram bekijken

 

Een bericht gedeeld door Esther (@godijntje)